De kracht van humor en andere zinvolle inzichten

Narratief collaboratief dialogisch congres.

Op vrijdag 20 en zaterdag 21 april mocht ik vanuit Socium Vitae naar het 3e narratief collaboratief dialogisch congres in Utrecht. Een congres georganiseerd door de grote namen binnen de systemische wereld die een leerzaam programma hebben samengesteld. Ik heb onder andere geleerd hoe clownen te linken is aan therapie en begeleiding. Hoewel ik geloof dat humor binnen therapie en begeleiding erg belangrijk is (en de workshopgever zonder twijfel ook), ging het in deze workshop verder dan dat. Want humor wordt alleen begrepen wanneer men in relatie staat tot elkaar en men elkaar kan volgen. Het volgen werd hierbij vooral fysiek gevoeld. Wat voel je als je iemand gaat schaduwen en je het tempo van de ander volgt? Wat voel je vervolgens als je een eigenschap van iemand spiegelt en overdrijft? En wat voelt de ander? Hoe voelt het als je samen met iemand binnen een elastiek loopt en zonder te praten je moet verplaatsen, maar de spanning zoveel mogelijk hetzelfde moet zijn? Het is experimenteren met wisselend volgen, de leiding nemen en ook je bewust zijn dat je de leiding hebt wanneer je besluit dat je de ander volgt en ruimte geeft. Het elastiek zou ook als materiaal binnen de begeleiding gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld op het moment dat je met relaties bezig bent.

Ook heb ik met een interessant systemisch gespreksinstrument kennisgemaakt, de valuespectrumscan, die helpt individuele werknemers en ook organisaties na te denken over welke inspanningen richting de werknemers constructieve of negatieve effecten zullen hebben. Geluk op de werkvloer is namelijk niet alleen afhankelijk van het feit of jij past bij de waarden van een bedrijf (en vice versa), maar ook of jouw directe omgeving die waarden met jou deelt. Op het moment dat jij wel bij de waarden past van een bedrijf, maar jouw directe omgeving hier anders over denkt, kan dit een negatief effect hebben op de mate waarin jij gelukkig bent op jouw werk.

Tijdens deze twee dagen kwam steeds de waarde van het externaliseren naar voren. Externaliseren is een techniek binnen de narratieve systeemtherapie. Het narratieve model gaat uit van het idee dat niet een persoon, maar het probleem het probleem is. Door het probleem als het ware op tafel te leggen ontstaat er een afstand tussen het probleem en de persoon. Het probleem valt niet meer samen met de identiteit van de persoon. Ook ontstaat er ruimte voor reflectie. Het probleem krijgt in gesprek met de cliënt een kleur, vorm, geslacht, naam, etc. en kan ook getekend, geschilderd of gekleid worden. Vervolgens kan het genoemde probleem in verband gebracht worden met verschillende effecten en bespreekt de cliënt met de therapeut welke positie hij/zij wil innemen ten aanzien van de effecten van het probleem.

Langs deze weg wil ik Socium Vitae bedanken voor deze leerzame dagen.

Marleen Nijhof


Toelichting begrippen

Narratieve therapie: de narratieve therapie gaat ervan uit dat de mens wordt bepaald door zijn/haar verhaal over zichzelf, over een verzameling van ideeën, gedachten en gevoelens, over relaties en over het probleem dat hij/zij ervaart: zijn/haar verhaal over de persoonlijke belevingswereld.

Onze levensverhalen zijn niet eenduidig, maar op verschillende manieren te interpreteren. We zijn ons niet altijd bewust dat we nadruk leggen op één belangrijk aspect van een ervaring en een aantal andere aspecten onbewust over het hoofd zien. Daarnaast wordt er vaak stilgestaan bij de invloed van factoren als cultuur, etniciteit of (seksuele) identiteit, die een rol spelen bij de visie die we op ons leven ontwikkelen.

Collaboratieve therapie: Een op samenwerken en taal georiënteerde benadering. Hier neemt de therapeut een niet-wetende houding aan, ten opzichte van kennis. Dit betekent dat een therapeut op voorhand geen kennis kan hebben, over wat er aan de hand is bij cliënten.

Bij een niet wetende houding van de therapeut, is de cliënt expert in zijn of haar leven. De cliënt is wat dat gedeelte betreft een leraar voor de therapeut. De therapeut is niet algemeen niet-wetend. Hij heeft kennis over in welke context een therapeutisch gesprek plaats kan vinden. Ook worden er werkvormen en gesprekken bedacht, echter hier wordt kennis eerder beschouwd als een metafoor die kan werken bij cliënten, in een bepaalde situatie. Het is geen beschrijving van de werkelijkheid. De ‘kennis’ kan ingeruild worden voor een metafoor die beter werkt.

In dialogisch werk is de aandacht gericht op de kwaliteit van het contact en de relatie met onszelf, onze thema’s en met anderen. Als het gaat om een probleem of een symptoom, werken we aan de manier waarop we daarmee in contact (kunnen) zijn of komen. Daarbij helpen dialogische principes, die een leidraad vormen in dit werk: er wordt gewerkt aan gelijkwaardigheid in het contact, aan open luisteren, aan het kunnen en mogen uitspreken wat werkelijk belangrijk is, aan het uitstellen van oordelen.

Klik hier voor meer informatie