Flexibiliteit op de arbeidsmarkt: geen vuiltje aan de lucht?

De wereld van het werken is de afgelopen decennia veranderd van een stabiele en simpele omgeving in een dynamische en uiterst complexe omgeving vol veranderingen. Gekenmerkt door strijd om de steeds kritischer wordende klant en om de professional met de beste opleiding en ervaring. Ook de aard van het werk is compleet veranderd als gevolg van demografie, globalisering en technologie.

De veranderende aard van het werk vraagt om een nieuwe aanpak. Werkomstandigheden, de stijl van leidinggeven en de werkorganisatie moeten drastisch worden aangepast. Ruimte voor creativiteit, flexibiliteit, autonomie, netwerken, vertrouwen, resultaatgerichtheid, empowerment en visie is nodig om in deze complexe en snel veranderende wereld resultaten te kunnen boeken. De professional staat in de huidige kenniseconomie centraal. Het is als individu, maar ook als organisatie taak om de veranderingen bij te benen en mee te blijven ontwikkelen.

Zeker zo belangrijk is om de ‘denkknop’ om te zetten. Rogmans, auteur van het boek ‘Geen Paniek!’ voorspelt dat twee derde van werkend Nederland in de toekomst zal werken met een flexibel contract of als zzp’er. Vanuit de werkgevers is er steeds meer vraag naar flexibiliteit door de mondiale concurrentie en omdat werkzaamheden steeds meer worden opgedeeld. Ook het toenemen van het aantal banen zal een aandeel leveren in het uitbreiden van flexibel werk. Want, zo voorspelt Rogmans: ‘Voor de komende 35 jaar is er maar één trend. Er komt méér werk, veel meer werk.’ En dan is de angst, het gevoel van onzekerheid en het sentiment rondom flexibel werken steeds minder relevant.

Verandering in de organisatiekunde

Flexibele arbeid, is behalve een historisch gegeven, ook een passend gevolg van de veranderingen in de organisatiekunde. Het gaat steeds meer om wendbaarheid (van de organisatie en de medewerkers), projectmatig werken, horizontale ‘promotie’ en innovatie. Zzp’ers en inhuurkrachten stellen organisaties bij uitstek in staat continuïteit te verbinden met effectiviteit en efficiency, omdat zij op op voor hen passende wijze worden ingezet en flexibel zijn. Medewerkers -ongeacht vast of flex- worden steeds meer gewaardeerd als het ‘levend vermogen’ van de organisatie, waarbij persoonlijke ontwikkeling en bijdragen aan de organisatie hand-in-hand gaan. Binden maakt plaats voor verbinden, wederzijds waarde toevoegen gaat boven benutten en de contractvorm waaronder dit plaatsvindt wordt steeds minder relevant (bron: Flexnieuws).

Flexibiliteit en dyslexiezorg

Dyslexiezorg staat onder druk als gevolg van de enorme stijging van kosten in de jeugdzorg. De aanbieders van dyslexiezorg hebben ongetwijfeld allemaal het kind in het middelpunt van de zorg staan en willen ook allemaal bestaansrecht. Echter de mate waarin zij het accent leggen op die twee invalshoeken verschilt, waardoor dyslexiezorg soms ook als ‘handel’ wordt gezien (zie artikel Follow the money). Dit doet geen recht aan de aard van de problematiek en de noodzaak die er is om kinderen die het echt nodig hebben hulp te bieden. De balans vinden tussen preventie en behandeling op het gebied van lees- en spellingsproblemen is lastig te realiseren. Niemand lijkt geduld te hebben om aan de voorkant de juiste tijd en aandacht te besteden aan kinderen die net iets meer vragen. De behoefte aan flexibiliteit is onder andere een gevolg van de dynamiek, die de branche kent.

Orthopedagogen en psychologen hebben op dit moment een sterke marktpositie. Door de groei van de jeugdzorg in de volle breedte is er veel vraag naar deze professionals. Ook in het onderwijs zijn professionals met deze opleiding gewild, temeer omdat ze vaak een pabo-opleiding voor of na de studie doen. De combinatie van een baan in de dyslexiezorg en als leerkracht in het onderwijs is een oplossing, waarbij het mes aan twee kanten snijdt. De (mede)behandelaar dyslexie kan haar inkomenspositie versterken door de flexibele, dynamische baan in de dyslexiezorg te combineren met een baan, die meer stabiliteit en zekerheid geeft in het onderwijs. De werkdruk in het onderwijs kan worden verminderd, waarbij er tevens een toename ontstaat van het aantal opgeleide academische leerkrachten. Dit komt de kwaliteit van (passend) onderwijs en daarmee vooral van de kinderen ten goede.

Lees in een volgend artikel meer over de Wet Arbeidsmarkt in Balans